Daguitstap naar Villers-la-Ville en Louvain-la-Neuve

Co-housing, vroeger en nu

In deze daguitstap bezoeken we de abdij van Villers-la-Ville en de nieuwe urbanisatie in Louvain-la-Neuve. Deze beide woonprojecten ontstonden via een planmatig en uitgekiend project dat in korte tijd gerealiseerd werd. Op die manier contrasteren ze met de meeste van onze steden en dorpen die over vele eeuwen heen organisch groeiden rond primaire woonkernen aan een rivier, op een heuvel of aan een strategische kruispunt van wegen. Voor beide projecten die we bezoeken, werd gestart met een volledig maagdelijke locatie, ver weg van de bewoonde wereld, midden de natuur.

  • Bij het ontwerp van de abdij kon men natuurlijk putten uit de ervaring en de modellen van de vroegere kloosters. En gaandeweg werden ze steeds verfijnder en vernuftiger, zonder te verzeilen in nutteloze decoratie. Eerst in de abdijen werd  geëxperimenteerd met nieuwe bouwtechnieken en nieuwe stijlvormen. Zo kan men stellen dat de gotiek in onze streken werd uitgetest in Villers-la-Ville en dan verder verspreidde in onze steden.
  • In Louvain-la-Neuve stond men voor de opdracht om zo snel mogelijk onderdak te bieden aan de nieuwe universiteit, waardoor een heel rationele en functionele architectuur ontstond zonder veel franjes. Op veel vlakken vertonen de gebouwen gelijkenis met die van de abdij: functioneel, sober, alles in functie van de missie van de samenleving. En ook die missie loopt parallel: bestuderen van de wetenschappen, doorgeven van kennis en ontwikkelen van nieuwe technieken, alles binnen een leefgemeenschap van gelijkgezinden die bij elkaar steun en bescherming zoeken, sociaal contact, vriendschap, waardering en zelfverwerkelijking als ultieme zingeving. 

Beide voorbeelden van collectief wonen waren bij hun ontstaan innovatief en baanbrekend, zowel qua grondplan, als qua materialen en vormentaal. Maar ook nu nog kunnen ze  urbanisten en stedenbouwkundigen inspireren bij het scheppen van nieuwe samenlevingsvormen voor bevolkingsgroepen die om wille van ecologische motieven steeds compacter moeten gaan wonen.


De abdij van Villers-la-Ville

Na de val van het Romeinse Rijk duurt het enkele eeuwen vooraleer het socio-culturele leven opnieuw op gang komt. Onder impuls van de kerkelijke en wereldlijke hiërarchie worden vanaf het midden van de zevende eeuw na Christus kloosters en abdijen opgericht, ofwel in de buurt van woonkernen, ofwel op geïsoleerde en onherbergzame plekken ver weg van bewoning. In eerste instantie denkt men hierbij aan kerstening, het verkondigen het evangelie. Maar evenzeer (of misschien zelfs meer?) fungeren deze abdijen en kloosters als kernen van waaruit de samenleving opnieuw beter georganiseerd wordt, zowel op economisch als socio-cultureel vlak, maar ook qua administratie en rechtspraak. Naast koningen, graven en hertogen oefenen de abten een zeer grote macht uit over de gebieden die ze verwerven. Door een strategie van "celdeling", waarbij de grotere abdijen zich opsplitsen, ontstaan nieuwe abdijen en wordt ze uitgezwermd over heel West-Europa. Vanuit de regel van Benedictus ontstaan verschillende kloosterordes, elk met een specifieke eigenheid. Cisterziënzers zullen voornamelijk inzetten op ontwikkeling van landbouw en veeteelt, Bendictijnen houden het meer cerebraal.

De abdij van Villers-la-Ville is gesticht door een groep discipelen van Sint-Bernardus,, de eerste abt van Clairveaux en stichter van de Cisterziënzers of Bernardijnen. De abdij is opgebouwd volgens een standaard stramien dat men terugvindt in alle abdijen uit die periode.  Alleen gebruikte men hier de zwarte leisteen uit de streek. Begon men midden van de 12de eeuw te bouwen in de Romaanse stijl, vanaf 1210 schakelde men stelselmatig over naar de innovatieve gotiek. Zo is Villers-la-Ville het vroegste voorbeeld van gotiek in onze streken. Alles werd vrij snel gebouwd. Zo werd met de bouw van de majestueuze kerk gestart in 1210 en was ze helemaal af in 1267. Duidelijk het resultaat van een duidelijk plan, inclusief alle  fondsen, werktuigen  en ambachtslui.

Zeer interessant  is de opdeling in van de ruimtes in zijn verschillende functies, zodat met minimale middelen een maximaal aantal personen kunnen genieten van de bescherming en het comfort van stevige gebouwen en alle faciliteiten van de omgeving. Stromend water en drijfkracht via een molen, landerijen, stallen, wijngaard, kruidentuinen, etc. Een prachtig voorbeeld van co-housing dus, met plaats voor 100 monniken en 300 lekenbroeders, en met logeervertrekken voor reizigers, bezoekers en passanten. 

Louvan-la-Neuve, stad van de toekomst?

Na de splitsing van de Katholieke Universiteit van Leuven in 1968 werd een nieuwe campus gecreëerd in een vallei bij Ottignies, te midden van de bietenvelden. Een radicale stedenbouwkundige aanpak, volgens de ideeën van Le Corbusier, resulteerde in een strikte scheiding van het autoverkeer en de voetgangers. Een nieuw type stad werd geboren. Waar aanvankelijk alleen studenten woonden, bleek de stad ook jonge gezinnen aan te trekken en mensen die de drukte van de grootstad ontvluchten, maar toch de warmte en nabijheid van een stedelijke gemeenschap verkiezen. Nu is Louvain-la-Neuve een jonge dynamische stad met 30.000 inwoners, met een universiteit met 20.000 studenten en de bakermat van nieuwe bedrijfjes die zich in de schaduw van de universiteit vestigen.

Architecturaal overheerst een postmodernistische stijl. Stijlpatronen zijn geïnspireerd op gewaagde "beton brute"-creaties, maar ook op de klassieke stijlvormen met bogen, arcaden, zuilenrijen. Villers-la-Ville ligt op een boogscheut. Qua grondplan minder strak, maar eenzelfde geest van co-housing, waarbij de mens als voetganger centraal staat en je even vergeet dat er ook auto's, treinen en vliegtuigen op deze aarde bestaan.

Naast de stedenbouwkundige aspecten hebben we ook aandacht voor een aantal opmerkelijke gebouwen:

  • Musée L (1975 - arch. André Jacqmain)
  • Hergé of Kuifje Museum (2009 - arch. Christian de Portzampac)
  • Aula Magna (2001 - Philippe Samyn)
  • Erasmus college (1979 - arch. Jean Gosse)
  • ...



© Copyright Kunstontmoetingen